Terwijl de band haar traditie trouw blijft – ze doen in elk geval niet de moeite de invloed van Genesis weg te moffelen – werd producer Neil Kernon (Queensryche) onder de arm genomen. Deze heeft gezorgd voor een hardere sound en een contemporaine mix.
De band laat zich in Summerland van een andere kant horen. Dit is pompende symfo met wervelende synths. Mark Smits vloeiende zanglijnen worden gestut door variërende gitaarriffs. Maar dan nemen de verhalende stem van Smit en Klazinga’s piano het over om ten slotte te berusten bij een heerlijke gitaarsolo en een coda met synthwerk.
Please Come Home profiteert van het duet tussen Smit en gastvocalist Charlotte Wessels (Delain) die de hogere tessituur voor haar rekening neemt. Vooral in de samenzang levert dat kippenvelmomenten op. De zanglijnen worden vervolgens gedoubleerd door de ijle gitaarklanken van Vermeule. Een parel van een ballad.
Clueless neemt ons weer een versnelling hoger, maar de voorspelbare structuur van dit poprocknummer zit het onbetwiste vakmanschap in de weg. Gelukkig horen we in The River dat Banksiaanse toetsenspel waar we maar geen genoeg van krijgen. De zanglijn wordt hier aangenaam ondersteund met orgel, terwijl de synths als een metafoor klinken “Where streams gently meander downhill / Slowly growing / A majestic river / For centuries passing by as if time stood still”. Deze jongens hebben duidelijk goed geluisterd naar Genesis’ Firth of Fifth.
Een lekker basloopje en piano vormen een verrassende ritmetandem in Pride and Joy. Gitaren en toetsen spinnen een web alsof er in de studio eventjes stevig gejamd moest worden. Kort maar erg plezierig.
Een modern ritme en een vocoder krijgen de bovenhand in The Balance. Smit lijkt ons met een heel traktaat over de evenwichten in het leven op te willen zadelen. Maar de acrobatische sprongen van de rest van de band krijgen ons in de epiloog alsnog op de punt van onze stoel.
Wat een lekker stomende ouverture krijgen we voorgeschoteld in Wakerun. De zanglijnen winnen aan kracht dankzij de close harmony. Een erg ritmisch intermezzo werkt als bruggetje naar een tweede vocaal luik.
In het afsluitende Angel’s Call horen we eindelijk de dreigende mellotronklanken. Een vernuftig dynamisch opstapje leidt ons naar het refrein. And when my angel flies away / She’ll take away my light of day”. Voor de ik-figuur loopt het dan ook slecht af: “From the waters come their hands that drag me down / Need draw my final breath before I drown / When my head goes down I kiss the world goodbye."
Negen songs, ofwel negen wegen naar de sleutel tot het leven. ‘Nine Paths’ eindigt niet bepaald met een happy end, maar het tevreden gevoel is volledig aan de luisteraar.
3 comments
Nieuwe reactie inzenden